AVERROES /

 

IBN RUSHD

Abu 'l-Walid Muhammad b.Ahmad b.Muhammad b.Rushd, al-Hafid (de kleinzoon) is bekend als Averroes. Hij was de commentator van Aristoteles, geleerd in de Koran-wetenschappen en de natuurwetenschappen, medicijnen, fysica, biologie en astronomie, theoloog en filosoof. Hij werd geboren te Cordoba 520/1126 uit een belangrijke Spaanse familie. Zijn grootvader (d.1126) was een Malikitische rechtsgeleerde, was qadi geweest en imam van de grote moskee te Córdoba. Ibn Rushd's vader was eveneens qadi. Hij studeerde bij verschillende geleerden. In 1153 was hij in Marrakesh waar hij op verzoek van de Almohaden prins Abd al-Mu'min colleges stichtte en astronomische observaties deed.
Al-Marrakushi vertelt over de discussie van Ibn Rushd met de opvolger van Abd al-Mu'min, Abu Ya'qub Yusuf, wat hij van een leerling van Ibn Rushd hoorde: "De prins ondervroeg Averroes over de hemel: Is het een substantie die in alle eeuwigheid heeft bestaan, of had hij een begin? (een probleem waarover sinds Plato's Timaeus en Aristoteles De Caelo en zijn Metafysica fel werd gediscussieerd) . Ibn Rushd maakte zich zorgen over deze gevaarlijke vraag, maar Yusuf begreep dit en begon een discussie met Ibn Tufayl, waarin hij een grote kennis over de klassieke filosofen en theologen aan de dag legde. Aldus gerustgesteld begon Ibn Rushd te spreken en was hij in staat zijn geleerdheid aan te tonen." Hij ontving een beloning en de prins was hem vanaf toen gunstig gezind. Dit moet rond 1169 hebben plaatsgevonden. Al-Marrakushi vermeldt eveneens, dat de heerser der gelovigen tegenover Ibn Tufayl klaagt over de moeilijheid van Aristoteles' teksten en de vertalingen ervan. Ibn Tufayl vond zichzelf te oud voor deze zware taak en vroeg Ibn Rushd dit op zich te nemen. Tot het einde van Yusuf's regering (1163-84) bleef deze Ibn Rushd goed gezind. In 1169 was hij qadi van Sevilla, en hij merkte op dat al zijn boeken nog in Cordoba waren, wat het schrijven van zijn Aristoteles-commentaar bemoeilijkt. In 1171 is hij qadi in Cordoba, en zijn productie neemt toe. In 1182 (Marrakesh) volgt hij Ibn Tufayl op als hoofdarts van Yusuf. Vervolgens wordt hij opperqadi in Córdoba. Onder de heerschappij van Yusuf's opvolger, Ya'qub al-Mansur (1184-99) blijft Ibn Rushd in de gunst bij het hof. Pas in '95 viel hij in ongenade omdat de kalief het opportuun achtte om de steun van de conservatieve fuqaha' (rechtsgeleerden) te verwerven in de oorlog tegen de christenen. Ibn Rushd werd verbannen naar Lucena. Zijn stellingen werden veroordeeld, hij moest voor een tribunaal verschijnen en zijn boeken werden verbrand. Zijn critici namen de kans waar om zijn naam te besmeuren. Toen hij naar Marrakesh terugkeerde werd hij aan het hof in genade aangenomen. Alle edicten tegen hem werden geannuleerd. Na enkele jaren in Marrakesh overleed hij op 11 december 1198. Zijn lichaam werd begraven buiten de poort van Taghzut en later naar Córdoba overgebracht, waar de mysticus Ibn al-'Arabi getuige was van zijn herbegrafenis.
 

Ibn Rushd schreef commentaren op de Organon, de Fysica en de Metafysica van Artistoteles.
Al-kulliyat, medisch compendium.
1169-78 al-Talkhis (korte en middellange commentaren)
1174-80: De substantia orbis, Fasl al-Maqal, Kashf al-Manahij, Tahafut al-Tahafut. Aan de tafsir (Qura'n-uitlegging) begon hij pas later.
Ibn Rushd schreef eveneens kritieken op Ibn Sina en al-Ghazali, en een commentaar op Hayy ibn Yaqzan van Ibn Tufayl.
Er zijn weinig werken van Ibn Rushd in het Arabisch overgeleverd, het meeste is alleen in Latijnse en Hebreeuwse vertalingen bewaard gebleven. Sommige manuscripten geven de Arabische tekst in Hebreeuws schrift.