
DE RING VAN DE DUIF, HOOFDSTUK 5. LIEFDE OP HET EERSTE GEZICHT
Vaak krijgt de liefde door een enkele blik vaste voet in het hart. Dat kan op twee manieren gebeuren. De eerste manier is het tegenovergestelde van wat in het vorige hoofdstuk besproken is en bestaat hierin, dat iemand verliefd wordt bij het zien van iemand die hij niet kent en van wie hij naam noch woonplaats weet. Dit is menigeen overkomen.
Onze vriend Abu Bakr Muhammad ibn Ishaq vertelde me op gezag van een betrouwbare zegsman, wiens naam me ontschoten is (ik geloof dat het de rechter Ibn al-Hadhdha' was), dat de dichter Yusuf ibn Harun, bekend als al-Ramadi, eens door de Poort van de Parfumeurs in Córdoba liep. Dat is de plaats waar de vrouwen elkaar treffen. Zijn oog viel op een meisje en liefde voor haar vervulde zijn hart en maakte zijn ledematen als verlamd.
Hij liep langs de moskee en begon haar te volgen. Zij begaf zich naar de brug en ging die over, naar de plaats die bekend staat als al-Rabad. Toen ze op de begraafplaats van al-Rabad aan de overzijde van de rivier liep, tussen de mausolea die gebouwd zijn op de graven van de Banu Marwan (God hebbe hun ziel) zag ze dat hij zich van de andere mensen had afgezonderd en uitsluitend oog had voor haar.
Ze ging naar hem toe en vroeg: 'Waarom loopt u achter mij aan?' Hij vertelde haar over de hevige emoties, waaraan hij om harentwille ten prooi was, maar zij zei: 'Zet dat uit uw hoofd en probeer mij niet te schande te maken, want ge hebt niets van mij te hopen en er is geen enkele kans dat u bereikt wat u wenst.' Hij antwoordde: 'Ik ben al tevreden als ik naar u mag kijken,' en zij zei: 'Dat is toegestaan.' Toen zei hij: 'Bent u een vrije vrouw of een slavin?' en zij antwoordde: 'Ik ben een slavin.'
Hij vroeg haar hoe ze heette. 'Khalwa,' zei ze en hij vroeg: 'Aan wie behoort u toe?' Maar zij antwoordde: 'Bij God, u zult eerder te weten komen wat zich in de zevende hemel bevindt dan het antwoord op wat u daar vraagt. Probeer toch niet het onmogelijke te bereiken!' Toen zei hij: 'Waar kan ik u een volgende keer zien?' 'Waar u mij vandaag gezien hebt,' was haar antwoord, 'op hetzelfde uur, iedere vrijdag.' Daarop zei zij: 'Nu gaat u weg, of ik.' 'Gaat u dan maar,' antwoordde hij, 'en moge God u beschermen.'
Daarop liep ze in de richting van de brug. Hij kon haar niet volgen omdat zij steeds achterom keek om te zien of hij niet met haar meeliep. Toen zij de poort van de brug was gepasseerd, liep hij haar achterna, maar kon geen spoor meer van haar ontdekken. 'En,' zo vervolgde Abu Umar (d.w.z. Yusuf ibn Harun), 'bij God, tot op de dag van heden ben ik niet geweken van de poort van de parfumeurs van al-Rabad, maar ik heb nooit meer iets van haar vernomen. Ik weet niet of de hemel haar tot zich heeft genomen of de aarde haar opgeslokt, maar ik weet wel dat sindsdien een gloed, heter dan vurige kool, mijn hart verzengt.'
Dit is dezelfde Khalwa over wie hij liefdesgedichten geschreven heeft. Later, na de reis naar Saragossa, die; hij maakte om haar te zoeken, hoorde hij iets van haar, maar dat is een lang verhaal. Dergelijke dingen gebeuren vaak. Over dit onderwerp heb ik een kort gedicht gemaakt waarin de volgende regels voorkomen:
Mijn blik mishandelde mijn hart en gaf het zorgen,
nu neemt het wraak, en laat de tranen stromen.
Wat dunkt u, zijn die tranen een gerechte straf
In eigen paarlenvloed de ogen om te laten komen?
Ik had haar nooit ontmoet voordat 'k haar zag,
En nooit heb ik nadien nog iets van haar vernomen.
De andere soort liefde op het eerste gezicht is het tegendeel van de liefde die, zo God het wil, in het volgende hoofdstuk behandeld zal worden. Deze bestaat hierin dat een man door een enkele blik verliefd wordt op een meisje van wie hij weet hoe ze heet en waar ze woont. Het verschil tussen deze en de eerste soort ligt in de snelheid waarmee de verliefdheid voorbijgaat en verflauwt. Immers als iemand verliefd wordt op het eerste gezicht en na korte overweging terstond een liefdesrelatie begint, duidt dat erop dat hij even snel zijn liefde weer zal vergeten. Het getuigt van onstandvastigheid en is een teken van oppervlakkigheid en wispelturigheid. Zo gaat het met alles: wat snel opkomt verdwijnt ook snel, en wat zich traag ontwikkelt verdwijnt pas na lange tijd.
Zo ken ik een jonge man, de zoon van een kanselarijambtenaar, die door een voorname vrouw, iemand van hoge positie, zorgvuldig bewaakt en van de buitenwereld afgeschermd, vanuit haar huis werd gezien toen hij voorbij liep. Zij werd verliefd op hem en hij op haar en enige tijd wisselden ze brieven met elkaar op manieren die geslepener waren dan het scherp van een zwaard.
Ware het niet dat ik niet van plan ben in dit boek de listen en kunstgrepen van gelieven te onthullen, dan zou ik feiten, waarvan de juistheid voor mij vaststaat, kunnen noemen, waardoor verstandige en intelligente mensen in opperste verwarring gebracht zouden worden. Moge God in Zijn goedertierenheid ons en alle Moslims daartegen beschermen met de sluier van Zijn genade. God alleen is ons voldoende.
uit: JJ Witkam/R Kruk (vert.), De ring van de duif, Meulenhoff, Amsterdam 1977